Een opmerkelijk evenement in de Middelburgse agenda van deze week: aanstaande zaterdag signeert en presenteert auteur Jeroen Windmeijer zijn nieuwste boek ‘De Stenen Goden’. Nu kijken wij niet snel op van een boekpresentatie, maar nu toch wel een beetje, want naar deze historische thriller zijn we zeer benieuwd. Het boek speelt zich namelijk deels af in Middelburg. En dat niet alleen:
Jeroen overhandigt de eerste exemplaren van het boek aan Anthoni Fierloos (Paard van Troje boekhandel en uitgeverij) en Monique Eskens (De Drvkkery), omdat de hoofdpersonen uit het boek naar hen vernoemd zijn, maar dan met omgedraaide voor- en achternamen: Anthoni Eskens en Monique Fierloos. Bijzonder toch?
We hadden vorige week even contact met Jeroen. De schrijver, die ook wel de Nederlandse Dan Brown wordt genoemd, heeft er geen probleem mee dat we een Middelburgse passage uit het boek delen hier. We stappen graag in op pagina 53:
“Monique vond het bijzonder om te bedenken dat als zij door Middelburg liep haar ogen vaak op dezelfde gebouwen rustten als die van Jacob Roggeveen dat hadden gedaan. Natuurlijk was het uiterlijk van de stad veranderd, maar de basisplattegrond van het centrum was voor het grootste deel gelijk gebleven, zoals de Binnengracht en de Vest om de stad heen, de Markt en de Lange Delft, monumentale bezienswaardigheden als de Abdijtoren De Lange Jan, de Koorkerk, de Nieuwe Kerk en natuurlijk de Onze-Lieve-Vrouwe-abdij, waar het museum en het Provinciehuis waren gehuisvest. Je kon langs het huis in de Giststraat wandelen waar Jacob met zijn broers Johan en Adriaen was opgegroeid of naar De Pyramide, het huis in de Lange Noordstraat waar Jacob zich als notaris had gevestigd. Dáár was hij de deur uit gestapt en de straat op gegaan, je kon letterlijk in zijn voetstappen wandelen.
Helaas was er niets tastbaars van Roggeveen overgebleven. Het originele huis aan de Giststraat was gesloopt, een ander huis van hem – aan de Dwarskaai – brandde in 1940 af, de Blauwedijk was verlegd, en zijn graf in de Koorkerk was al lang geleden geruimd. Feitelijk herinnerden alleen een plaquette aan het huis in de Noordstraat nog een beetje aan hem. Op Paaseiland was er een Cabo Roggeveen, Kaap Roggeveen, en een daar veel voorkomend kreeftje was eveneens naar hem vernoemd, het Scyllarides roggeveeni. Ten zuidoosten van Paaseiland strekt zich op drie tot vier kilometer diepte het Roggeveen Bekken uit.
In Middelburg bestonden er plannen om het door een lokale kunstenaar in 1970 vervaardigde beeld – de kop van Roggeveen – dat jarenlang bij het Jacob Roggeveenhuis aan de Noordsingel had gestaan en in 2007 was verplaatst naar het zorgcentrum Buitenrust, in Park Molenwater neer te zetten. Het beeld was een kopie van een moai, al meenden veel mensen dat de kunstenaar op subtiele wijze ook de gelaatstrekken van Jacob Roggeveen erin had verwerkt.
De weerstand tegen de door Hotu nog te beeldhouwen moai kon Monique ook om die reden niet zo goed plaatsen. ‘De kop van Jacob Roggeveen’ stond er al een kleine vijftig jaar en was naar haar weten nooit op enig protest gestuit. Misschien was het een teken van deze tijd, waarin steeds meer mensen steeds gevoeliger leken te worden.
Monique trok haar jas aan en verliet haar kantoor. Ze had nog nauwelijks een stap buiten de deur gezet toen ze plots rauwe kreten hoorde. Kort erop klonk hulpgeroep en zag ze drie, vier mensen in de richting van de werkplaats van Hotu lopen. Monique begon te rennen, en toen ze dichterbij was gekomen, stokte de adem haar in de keel.”
Cool. Zo zit je in de geschiedenis van de link tussen Paaseiland en Middelburg, en zo voel je een spannende gebeurtenis bij het Zeeuws Museum aankomen. We hebben het boek nog niet gelezen, maar dat gaan we zeker nog doen! Zaterdag dus, om 10.30 in de Drvkkery. In de middag is hij in Goes.
Meer lezen:
Jeroen Windmeijer op Wikipedia