Geplaatst op 11 maart 2019

For Mattia! Op bezoek bij Douwe Eisenga

In de serie ‘Zij zijn De Stad’ deze week hier, en in de Middelburgse & Veerse Bode: Douwe Eisenga. Volgende maand presenteert hij een CD die bijna voelt als een debuut: deze keer speelt hij de stukken namelijk zelf. Voor ons een buitenkans om nu eindelijk eens echt te kletsen met Douwe én een kijkje te nemen in het woonhuis waar we dagelijks langslopen. Het was een toffe ontmoeting!

Bijna iedere dag, al zeker twaalf jaar lang, loop ik langs het huis van de familie Eisenga, een pand in de Lange Noordstraat, waarvan de gevel van de benedenverdieping nog altijd verraadt dat er ooit winkels in waren gevestigd. De gordijnen zijn nooit gesloten, daarom kijk ik altijd even naar binnen, of ik dat nu wil of niet. Ik zie Douwe regelmatig zitten. Soms kijkt hij televisie, maar meestal zit hij achter de piano en gaat hij op in een stuk dat hij zit te spelen.

Hij let zelden op de voorbijgangers op straat, maar áls hij je opmerkt is de kans groot dat hij even vriendelijk knikt met zijn hoofd. Het is altijd een mooi beeld, vind ik, zeker op winteravonden. Dan oogt huize Eisenga gewoon een beetje als een warme herberg vol licht en geluid, in een straat die verder meestal duister is. En koud. Vorig jaar november maakte ik er zelfs stiekem een foto van, op een mistige avond. Het is niet alleen mooi; het is ook iets om te koesteren.

Maar van een echt gesprek met Douwe kwam het nooit in al die jaren. Ook daarom weet ik nog niet zo veel van hem. Dat wat ik wel weet, weet ik uit de media en, vooruit, ook een beetje van verhalen van zijn dochter Miki, die een tijdje als barvrouw werkte in mijn stamcafé. Ik weet dat hij als componist al veel cd’s op zijn naam heeft staan. Dat hij componeerde voor, en speelde op het Zeeland Nazomerfestival. En dat hij, in januari nog, twee nieuwjaarsconcerten gaf in de Zeeuwse Concertzaal met het collectief Herbergen, met Tonnie Dieleman, Arjen van Wijk en Peter Slager. Als ik bij Douwe aanschuif aan de keukentafel, die hij zelf omschrijft als het episch centrum van huize Eisenga, voelt hij meteen aan dat ik geen kenner ben. Dat lijkt hij alleen maar leuk te vinden. Met geduld en plezier doet hij zijn verhaal.

Als Douwe in vogelvlucht over zijn leven gaat, leer ik al snel dat er erg veel dingen zijn die hem als componist hebben beïnvloed en dat hij mede daardoor heel veel verschillende dingen heeft gedaan en gemaakt. Van een requiem tot een opera, van pianconcerten tot een symfonie. Als ik hem vraag naar zijn muzikale invloeden denkt hij eerst een tijdje na. Douwe bijkt een brede smaak te hebben, die veel verder gaat dan klassieke muziek. Hij is bijvoorbeeld ook gek op progressieve rock, symfonische pop en blues. Maar dan weet hij het opeens. “Het album Tubelar Bells van Mike Oldfield, uit 1973, is altijd een ankerpunt voor mij geweest. Toen ik dat hoorde als ventje van twaalf dacht ik meteen: ‘dat wil ik ook!’”

Hij speelt het bekende intro van het album even voor op de piano in zijn werkkamer. Dan vervolgt hij: “Weet je wat het rare is als je op een conservatorium zit? Je krijgt toch een beetje een brainwash, dat je in de hedendaagse avant-gardistische dingen moet gaan zitten. Jaren na het conservatorium ben ik ongelooflijk op zoek gegaan naar het antwoord op de vraag wat mijn bijdrage is aan de ontwikkeling van de muziek. Tot ik op een gegeven moment dacht ‘ja, dahaag, mijn muzikale DNA ligt gewoon in de popmuziek. Dáár moet ik gebruik van maken. Ik moet me verder helemaal geen zorgen maken of ik wel origineel ben ofzo. Ik moest terug naar mijn eigen bronnen uit de pop- en rockmuziek, en die dan combineren met de dingen die ik heb geleerd op school. Vanaf het moment dat ik dat deed begonnen mensen te zeggen dat mijn muziek een eigen signatuur heeft.”

Dan vertelt Douwe nog wat over zijn nieuwe CD, For Mattia, die op 13 april wordt uitgebracht. Die voelt voor hem als een soort debuut, omdat hij op dit album voor het eerst zelf als pianist is te horen. Dat hij die stap heeft genomen is in feite te danken aan Tonnie ‘Broeder’ Dieleman, die twee jaar lang aan zijn hoofd zeurde dat hij zelf moest gaan spelen. Aanvankelijk vond Douwe dat maar niets, maar toen hij eenmaal voor de bijl was gegaan merkte hij dat de respons inderdaad groot en positief was. Het stuk For Mattia, dat hij in 2017 componeerde op verzoek van de ouders van een jonge vrouw die ervoor koos te sterven, sloeg ook enorm aan. Op die muziek borduurt de nieuwe CD voort (Presentatie De Spot: 5 april!).

Als Douwe er een paar korte stukjes van speelt val ik meteen stil. Het is mooie en meeslepende muziek. Woorden zijn niet meer nodig. Als ik Douwe een hand heb gegeven en weer op straat sta, kijk ik nog even naar binnen door de oude etalageruit. Daar zit hij alweer, achter zijn piano. Prachtig.

www.douweeisenga.com


Delen op