Geplaatst op 03 januari 2018

Middelburgers: Jaap Wolterbeek

We genieten al jaren van zijn prachtige foto’s. We delen zijn werk met plezier op sociale media. Het mooie is dat Jaap Wolterbeek dat nog waardeert ook. “Foto’s moet je niet voor jezelf houden”. Vorig najaar maakten we nu eindelijk eens kennis hem, op het terras van Café Le Penseur.

Dankzij sociale media worden er meer foto’s en films gedeeld dan ooit, maar het werk van professionals zie je op al die online platformen veel minder, omdat die doorgaans waken over het auteursrecht dat op hun werk berust. De gepensioneerde filmmaker en fotograaf Jaap Wolterbeek (74) is daar niet zo mee bezig. Hij vindt het vooral belangrijk dat iedereen kan blijven genieten van zijn werk. Een groot deel van zijn collectie is beschikbaar via de Beeldbank Zeeland en wordt tot op de dag van vandaag volop gedeeld op Facebook en andere websites. Daardoor kennen ook jongere mensen het werk van Jaap nog steeds.

Een afspraak met Jaap Wolterbeek! Eindelijk komt het er eens van. Zijn werk bewonder ik al jaren, en deel ik met veel plezier op lokale en regionale websites. Maar de mens Jaap bleef voor mij altijd een beetje mysterieus. Ik sprak regelmatig óver hem maar nog nooit mét hem. Zijn gezicht ken ik alleen van een paar foto’s waar hij zelf op staat. Als ik hem een bericht stuur met de vraag of hij voelt voor een gesprek stemt hij direct in. We spreken af bij café Le Penseur aan de Varkensmarkt in Middelburg, waar op dat moment een expositie van hem is te zien. Ondanks het feit dat we elkaar nog niet kennen hoeven we niet lang te zoeken naar woorden. Als ik vraag waarom Jaap zo relaxed omgaat met het hergebruik van zijn beelden krijg ik het antwoord meteen, en leer ik tien minuten van alles over deze man.

“Foto’s moet je toch niet voor jezelf houden? Als je je werk bewaart achter slot en grendel ziet niemand het! Daar heb ik toch niet al die jaren met een camera voor rondgelopen? Dat is een reden waarom ik mijn werk heb overgedragen aan de Zeeuwse Bibliotheek maar dat deed ik ook omdat ik weet dat alles daar duurzaam wordt opgeslagen. Daar is het veilig. Een fotograaf verandert, maar een goede archivaris niet. Wat ik daarmee bedoel? Denk eens aan kunstschilders die vroeger soms hun eigen doeken overschilderden. Dat wil je toch niet? En moet je je voorstellen: ik heb thuis een dekenkist vol filmmateriaal dat nu niet meer kan worden afgespeeld. Ook unieke Walcherse beelden. De technologie verandert snel, formaten verouderen in hoog tempo. En het reproduceren van oud materiaal is ook al niet zo eenvoudig. Je kunt je werk maar beter veiligstellen, redden wat er te redden valt.”

Pas dan dringt het tot me door dat Jaap veel meer heeft gemaakt dan die tienduizenden foto’s waar ik van weet. Hij is van huis uit een filmmaker. Jaap vertelt dat hij als jongen graag zeeman wilde worden maar door ziekte niet naar de zeevaartschool kon. In plaats daarvan doorliep hij toen de kunstacademie, met film als hoofdvak. Na zijn studie leverde dat meteen opdrachten op. Na twee jaar gewerkt te hebben op de Universiteit Utrecht (het opzetten audiovisuele hulpmiddelen voor de colleges anatomie) keert Jaap weer terug naar Zeeland, omdat hier de kerncentrale Borssele toen werd gebouwd. Als hij dat zegt kijk ik hem verbaasd aan. “Dat is voor veel mensen toch juist een reden om ergens weg te blijven?” “Niet voor mij. De PZEM betaalde mij dik om een documentaire te maken over de bouw.”

Als Jaap een paar films opsomt die nu nog onbruikbaar bij hem thuis liggen opgeslagen, frons ik. Een film over het samenvoegen van de gemeentes op Walcheren, een documentaire over het monumentenjaar met teksten van vadertje Cats. Het is teveel om op te noemen. Als ik informeer of alles al goed in kaart is gebracht schudt Jaap met zijn hoofd. “Daar ben ik nu een beetje mee bezig.” Het klinkt zorgwekkend, vind ik, maar veel tijd om er lang over na te denken krijg ik niet. Jaap vertelt prachtige verhalen. Hoe hij als Freelancer werkte voor het AD en later werd weggekocht door Telegraaf. Hoe hij af en toe mooie primeurs wegkaapte voor de neus voor zijn ‘concurrenten’ van de PZC. Wat dat voor soort foto’s waren? Nou, bijvoorbeeld van een schip vol gevangenen dat lag aangemeerd bij Neeltje Jans. Als ik naar hem luister krijg ik meteen zin om nog een afspraak met hem te maken, alleen maar om al die avonturen van ooit eens rustig te kunnen beluisteren. Wat heeft deze man veel gezien en gedaan. En wat is het interessant om te horen hoeveel arbeidsintensiever het beroep vroeger was. Om alles op tijd bij de kranten of de televisie te krijgen reed Jaap duizenden kilometers tussen Zeeland en de Randstad. Het was in die tijd nogal een gedoe om je werk bij de lezers en kijkers in de huiskamer te krijgen. “En moet je nu zien: ik zoek even in mijn archief, plaats het beeld op Facebook en heel de wereld kan het bekijken. Buitengewoon!”

Jaap doet het nu een stuk rustiger aan en werkt niet meer voor opdrachtgevers. Maar hij is nog steeds veel bezig met zijn werk én met dat van anderen. Het verhaal waar Jaap mee afsluit illustreert dat goed. Hij vertelt dat zijn vrouw Sarina hem18 jaar lang vergezelde tijdens zijn werk als fotojournalist en zelf ook vaak foto’s maakte. Ze keek als het ware over zijn schouders mee, door haar eigen lens. Volgens Jaap wist zij sommige situaties beter in een beeld te vangen dan hij, omdat zij onbevangen te werk kon gaan terwijl hij zich moest concentreren op de opdracht, dingen wilde regelen. “En weet je wat nu zo leuk is? Vanaf 15 december hangen háár foto’s in Le Penseur.” Jaap deelt dus niet alleen zijn eigen werk, maar ook dat van een ander. Daar kun je alleen maar waardering voor hebben.

Foto: Ton Stanowicki
www.stanowicki.com


Delen op