Geplaatst op 07 februari 2018

Middelburgers: Rob Roosdorp

Deze week in de Middelburgse & Veerse Bode, in het kader van Façade 2017 van CBK Zeeland: Rob Roosdorp.

Rob Roosdorp (1946) is voor veel Middelburgers een bekend gezicht. Van 1970 tot 1997 werkte hij als vertegenwoordiger en organisator voor drankenhandels en bierbrouwerijen en was vanuit die rol veelvuldig op (werk-) bezoek in de Zeeuwse horeca. Tussen 1997 en 2009 bestierde hij, samen met zijn vrouw Ina, zelf een horecazaak: Sportcafé Hebbes aan de Breeweg in Middelburg. Hoe is het nu met hem?

Ook voor mij is Rob een goede bekende. Ik woonde als puber in de wijk Dauwendaele, een paar straten bij de familie Roosdorp vandaan. Ik was toen al bevriend met de oudste zoon Ronald en kwam regelmatig over de vloer bij het gezin. Het contact bleef altijd, maar werd wel minder toen Ronald vertrok naar de Randstad. Zo rond de tijd dat Rob en Ina begonnen met Hebbes werd het contact weer intensiever, toen ik collega werd van zoon Bob, tegenwoordig mede-eigenaar van de Herberg op de Pottenmarkt. Als ik na al die jaren de ‘Landenbuurt’ in Dauwendaele binnenfiets voelt het als thuiskomen. Rob en Ina wonen daar al sinds 1973.

“Ik zit net de administratie van De Herberg te doen”. Als ik aan tafel schuif veegt Rob in één beweging een stapel bankpapieren op een hoop. “Toen Bob met de Herberg begon bood Ina hem aan voortaan zijn was te doen. Dat hoefde niet zo nodig, maar een beetje hulp bij de administratie van de zaak was wel welkom. Dat doen we nu nog steeds, met plezier. We bemoeien ons er verder niet mee, maar we geven wel tips natuurlijk. Altijd op onnodige uitgaven blijven letten, dat is essentieel!” We kletsen nog wat over de dingen die komen kijken bij het runnen van een eigen onderneming, dan vraag ik Rob zijn leven op hoofdlijnen te beschrijven.

Rob vertelt dat hij een zoon is van Amsterdammers die in de oorlog verhuisden naar Zeeland. Zijn vader werkte als vertegenwoordiger voor Van Vollenhoven’s Bierbrouwerij, later Amstel. Rob gaat als 15-jarige al op zichzelf wonen (“mijn ouders begrepen me niet”) en werkt enige jaren als kok in de Randstad. In de Rotterdamse wijk Katendrecht gedijt hij goed. “Een prachtige tijd”. In 1965 is hij als dienstplichtige gelegerd in het Duitse Seedorf. Eens in de zes weken is hij thuis, en klust hij bij in de bediening van café Flora in Goes. In die tijd leert hij Ina kennen. In 1969 trouwen ze en verhuist de familie naar Middelburg. Rob is dan nog vertegenwoordiger van Cinzano Vermouth, maar werkt niet lang daarna voor Drankenhandel Verdonk en later Heineken. Rob ontwikkelt zich binnen het concern tot organisator van grote evenementen, zoals de Amstel Gold Race en grote concerten. Heineken is zijn grote liefde maar hij ziet het niet zitten om na een reorganisatie te verhuizen naar Amsterdam. Rob is flexibel maar laat zich door niemand onder druk zetten. Dan maar een regeling treffen en een andere koers varen.

Die koers werd uiteindelijk café Hebbes op het toenmalige sportpark De Voorborch. Samen met Ina verbouwt hij een kale ruimte tot een gezellige bar, die het goed doet bij zowel het reguliere sportpubliek als bij kroegliefhebbers. Er worden regelmatig feesten georganiseerd. Ook in deze periode laat Rob zich niet zomaar de les lezen. Met een grijns vertelt hij over de strijd die hij soms voerde met gemeentelijke ambtenaren. Nu eens over toiletruimtes, dan weer over een afzuigsysteem. “Ambtenaren vinden dat iedereen vakbekwaam moeten zijn, maar zelf zijn ze dat niet. Dan moet je ze soms passeren. Dat vinden ze dus niet leuk.” In 2009 verkopen Rob en Ina de zaak. Ze gaan met pensioen.

“Nou ja, pensioen…we doen nog van alles hoor. We hebben zeven kleinkinderen, verdeeld over Breda, Leiden en Amsterdam. Ik rijd nog een tot twee keer per week op de vrachtwagen, met bloemen. Ik speel nog steeds badminton en kijk eens daar, in de tuin, ik ben nota bene een kippenren aan het bouwen! En onlangs hebben we de Middelburgse Stegentocht gelopen. Dat zou iedere Middelburger verplicht moeten doen. Wat een geweldig mooie stad is dit toch!”

Aan enthousiasme geen gebrek bij Rob. Ik vraag hem of hij spijt heeft van dingen. “Niet echt, eigenlijk. Maar er zijn ook moeilijke periodes geweest, hoor. Zo rond mijn 28e verloor ik meerde mensen die me lief waren in korte tijd en in 2000 stond ons leven ook op z’n kop, door allerlei ontwikkelingen binnen de familie. Toen waren we onszelf niet altijd. Ik vergeet nooit die avond dat een club vaste gasten zat te zeuren dat het bier niet koud genoeg was, omdat er een koeling stuk was. Ik heb Ina maar zelden zo driftig gezien als toen. Een dag later lag er een grote mooie kaart van die jongens in de bus, met excuses. Soms zijn er belangrijkere dingen in het leven dan bier dat goed koud is. Maar komaan, we hebben het gewoon heel goed en we zijn blij dat iedereen gezond is. Denk jij daar ook een beetje aan? Af en toe een goudgele consumptie, dan komt het allemaal wel goed!” Bob vertelde me ooit dat grootvader Roosdorp door de kinderen ‘opa bier’ werd genoemd. Vraag me niet waarom, maar die bijnaam vind ik ook bij zijn vader passen.

Foto: Ton Stanowicki. Meer van zijn werk is te zien op www.stanowicki.com/.


Delen op