Geplaatst op 29 december 2019

Zij zijn De Stad: Bianca Alewijnse

In de serie ‘Zij zijn De Stad’ deze week hier (en op 8 januari in de Middelburgse & Veerse Bode): Bianca Alewijnse-Joosse. Zij is De Stad!
 
”Jij? Gepest?” Ik hoor het mezelf verbaasd vragen, als Bianca Alewijnse (1976) vertelt over de heftige periode die ze doormaakte op de lagere school De Breeburch. Ik ken Bianca al zeker vijfentwintig jaar en ken haar niet anders als een vrolijke, sociale en mooie meid. Van zulke mensen verwacht je gewoon niet zo snel dat ze het als kind ook een een paar jaar moeilijk hebben gehad. Maar Bianca bevestigt het nog eens.
 
“Ik was anders dan de rest. Ik was een beetje te dik, welbespraakt en ik haalde meestal hogere cijfers dan de rest van de klas. Daardoor kreeg ik een dominant groepje tegen me. Dat was soms beangstigend en het maakte me best eenzaam in die tijd, maar uiteindelijk heeft juist dat me geholpen te worden wie ik nu ben. Als buitenbeentje ontwikkelde ik een goed gevoel voor het sociaal gedrag van mensen. Je zorgt er gewoon voor dat je mensen zo min mogelijk irriteert. Je zou kunnen zeggen dat ik van die vaardigheid uiteindelijk ook m’n werk heb gemaakt, ja.”
 
“Maar ik heb verder een hele fijne jeugd gehad hoor, vergis je niet! Ik groeide op in de Vlissingse Molenstraat, in een warm nest, waar alles bespreekbaar was. Ik was altijd buiten, en speelde veel met jongens, met ’t Zand en het Bolwerk als belangrijkste speelterrein. Boompje klimmen, soldaatje spelen: dat werk. En na de lagere school werd alles anders. Heel anders. Op de Stedelijke Scholengemeenschap kwam ik op het gymnasium terecht. Daar zaten veel gelijkgestemden. Natuurlijk was ik in het begin bang dat ik ook daar gepest zou gaan worden, maar het was gelukkig voorgoed voorbij.”
 
Het was niet alleen de overgang naar een andere school, die ervoor zorgde dat Biancas leven anders werd. Als haar vier jaar jongere broertje haar introduceert bij het Middelburgse Juliana Drum & Bugle Corps gaat er een wereld voor haar open. Enerzijds omdat ze meteen zwicht voor Color Guard, een discipline waarin je danst op muziek met vlaggen, een sabel en een geweer, anderzijds omdat ze de vereniging zelf ervaart als een warm bad. Ze voelt zich meteen thuis in het clubgebouw, molen De Hoop.
 
Bianca: “aanvankelijk vond ik het maar stom, dat mijn broer ging trommelen bij Johan Friso, maar toen ik een paar feestjes had bezocht was ik om. En ik was bloedfanatiek in Color Guard. Ik dans al vanaf mijn zesde. Mede daarom ging ik al op mijn vijftiende lesgeven, ook aan volwassenen. En het is dansen op hoog niveau hoor. Veel mensen kennen de korpsen alleen van de optredens op straat, maar het is zoveel meer dan dat.”
 
Maar zo serieus als Bianca van meet af aan bezig was met Color Guard, zo losjes is ze áchter de schermen van Juliana. Het is de tijd van de eerste vriendjes, het puberen, het verkennen van grenzen. Haar ouders hebben in die tijd behoorlijk wat met haar te stellen. Desondanks rondt ze het gymnasium binnen zes jaar af. Ze weet dan alleen nog niet zo goed wat ze wil. Ze wordt opgeslokt door het dansen.
 
Als ze uiteindelijk kiest voor een opleiding bedrijfseconomie aan de Hogeschool Zeeland blijkt dat geen goede zet. Al na een paar maanden verlaat ze de opleiding, en kiest ze voor een studie aan de Open Universiteit. Als ze net twintig is gaat ze samenwonen, en aan de slag bij de klantendienst van de belastingdienst. Twee jaar later verruilt ze die baan voor een functie als eerstelijnshulpverlener bij het Bureau Rechtshulp.
 
Het is in die periode dat ik haar leer kennen. We treffen elkaar bijna wekelijks in het Middelburgse uitgaansleven, op allerlei feestjes én we gaan zelfs een keer samen op skivakantie in Frankrijk, met een Middelburgse vriendengroep. Ik merk dan dat het altijd gezellig is met Bianca, maar dat je ook goede gesprekken met haar kunt hebben. Ze is zo’n vrouw die niet snel schrikt van grof taalgebruik of ‘foute’ humor, maar die ook niet terugdeinst voor discussies over zware thema’s. Zo was ze toen en zo is ze nog steeds. Dat het gesprek met haar, voor deze rubriek, bijna vier uur duurde, in plaats van het gebruikelijke uurtje, zegt eigenlijk alles. Als je met Bianca in het café zit kun je er donder op zeggen dat je wel drie keer dat laatste drankje bestelt.
 
Veranderingen zijn er ook genoeg, bij Bianca, zeker de laatste jaren. Ze trouwde voor de tweede keer, met haar geliefde Arie, en professioneel gooide ze het roer volledig om. Na een periode waarin ze het zelfstandig ondernemerschap combineerde met een betrekking in loondienst, is ze nu bijna drie jaar volledig ZZP’er, met haar eigen bedrijf Bianca Alewijnse – Leiderschap & Ontwikkeling.
 
Bianca: “aanvankelijk vond ik het nog best een stap op mijn vaste baan maar het gaat uitstekend met de praktijk. Als leiderschaps- en teamoach begeleid ik professionals en teams die meer inzicht willen in hun eigen functioneren, en die streven naar meer effectiviteit en voldoening in hun werk. Ik maak gebruik van al mijn ervaringen uit mijn eigen loopbaan. Van die pesterijen van de lagere school tot al mijn klantcontacten die ik had bij het Juridisch Loket. Ik ben gespecialiseerd in persoonlijk leiderschap, met het ontwikkelen van menselijkheid binnen organisaties als belangrijkste missie. Daar is veel vraag naar, weet ik nu.”
 
“Wie mijn klanten zijn, vraag je? Allerlei soorten mensen. Driekwart komt bij mij terecht via hun werkgever. Vaak zijn het leidinggevenden die zelf ook nog wat extra coaching kunnen gebruiken. Maar denk ook aan ondernemers of aan mensen met een vrij beroep, zoals artsen en notarissen. Veel van mijn klanten hebben als gemeenschappelijke deler dat ze steengoed zijn in hun werk of vakgebied, maar juist daardoor niet altijd toekomen aan het sociale, menselijke aspect van hun werk. Dáár help ik ze dus mee.”
 
Als Bianca vertelt over haar werk fonkelen haar ogen. Dat is mooi. Je kunt er zomaar die klassieker op loslaten: ‘als je werkt vanuit je passie, dan voelt het niet meer als werk.’ Toch weet Bianca ook hoe belangrijk het is om je werk -of passie – af en toe even los te laten. Dat je ook moet ontspannen. Juist daarom sprak ze liever met me af op een Middelburg winterterras dan op haar eigen kantoor. Daar is ze ook in haar element. Ze is dol op de binnenstad, dol op mensen. En dat merk je, als je met haar zit. “Nou vooruit, doen we nog een allerlaatste dan, Bianca?” “Welja! We zijn er nu toch!”
 
Gerelateerd:
 
 

Delen op