Geplaatst op 17 juni 2019

Zij zijn De Stad: Johan de Koning

Deze week in de serie ‘Zij zijn De Stad’: de Middelburgse architect Johan de Koning, die ook zeer betrokken is bij de Nieuwe Kerkgemeente Middelburg, onder de Lange Jan. Vorige week deelden we al beelden van ons avontuur op het dak van de Nieuwe Kerk, nu ook een samenvatting van het gesprek met Johan, dat deze week ook in de Middelburgse & Veerse Bode verschijnt.

”Die wisselwerking tussen Middelburg en Kaapstad, die vind ik prachtig.” Johan de Koning (1962) is een echte Middelburger maar hij is ook een wereldreiziger, die een speciaal plekje in zijn hart heeft voor Zuid-Afrika. Als twintiger woonde en werkte hij er al een paar jaar, nu gaat hij er nog steeds regelmatig heen, onder meer voor zijn werk als gastdocent architectuur.

“Ik ben dol op Middelburg en Zeeland. Hier kan heel veel omdat je iedereen kent. Maar ik moet er af en toe even uit. Ik houd ook van de grote stad. Kaapstad heeft zes miljoen inwoners. Dat is wel even iets anders. Dáár kan heel veel omdat de stad zo groot is en omdat er altijd iets te doen is.”
De Koning is een goede verteller. Hij enthousiasmeert. Als hij praat over Afrika krijg je meteen zin om je koffers te pakken. Toch gaat het gesprek al snel over op Middelburg. Dat is de stad waar hij geboren is, dat is de plaats waar hij zich vol overgave heeft gestort op het Stadspastoraat van de Nieuwe Kerkgemeente Middelburg, dat in 2015 werd opgericht om een brug te slaan tussen de kerk en de maatschappij.

Hij steekt er minstens vijftien uur per week in. Daarnaast is hij hier ook nog altijd werkzaam als architect. Hij is onder meer verantwoordelijk voor de aanstaande verbouwing van het Hofje onder den Toren, dat recent is gekocht door de Nieuwe Kerkgemeente.

Ook als ik Johan vraag naar zijn jeugd vertelt hij vrolijk, zonder lang na te hoeven denken over zijn zinnen. “Ik ben geboren in de IJsselstraat, rond mijn zevende verhuisden we naar de Griffioen. Daar zat ik op de Griffioenschool, later op de CSW. De wijk was toen nog in aanbouw en daarom een soort paradijs voor kinderen. Het was heerlijk spelen op die grote bouwplaats. Dan had je ook nog al die vijvers en polders in de buurt. Lekker over slootjes springen, of erin. Je kan best stellen dat ik een zorgeloze jeugd heb gehad, ja. Ook mijn pubertijd verliep rustig. Ik doorliep het VWO en was eigenlijk nooit opstandig, hooguit wat dromerig en landerig. In die tijd was ik vooral actief bij tafeltennisvereniging Sint-Laurens. Ik speelde zelf, maar schreef ook voor het clubblad, samen met Hans Laroes.”

In Johans studietijd komen de dingen in een stroomversnelling. Hij studeert eerst een paar jaar Theologie maar belandt dan in Zuid-Afrika, waar hij onder meer werkt als leidinggevende voor aannemers. Dat werk inspireert hem om architectuur te gaan studeren in Nederland. In die periode reist hij de hele wereld over en loopt hij twee jaar stage in New York. Als hij 31 is keert Johan definitief terug naar Middelburg. Tijdens zijn studie richtte hij, samen met studiegenoot Don Monfils, daar eerder al het Laboratorium voor Architektuur op. Dat bureau bestaat negentwintig jaar later nog steeds, al is Monfils ondertussen zijn eigen weg gegaan.

Als Johan praat over zijn vak en zijn werk merk je aan alles dat hij het er urenlang over zou kunnen hebben. Maar deze middag kiest hij voor het benadrukken van zijn werk voor de Nieuwe Kerkgemeente. “Daar ben ik veel mee bezig, omdat ik het heel belangrijk vind dat de kerk weer zichtbaarder wordt in de maatschappij en er ook echt aan meedoet. Ik vind dat de kerk de afgelopen twintig jaar te veel met zichzelf bezig is geweest. Daarom hebben we het stadspastoraat opgericht.

Het gaat ons daarbij niet om het winnen van zieltjes voor het geloof. We willen er zijn voor alle mensen, dáár gaat het ons om.” En het moet gezegd: de activiteiten van de kerk duiken steeds vaker op in de evenementenkalenders van de stad. Een dansgroep die optreedt tijdens de Stadsfeesten, een cantate met Douwe Eisenga, een expositie van Anne-Marie van Sprang en zelfs een expositie van de Zeeuwse Meisjes van Rem van den Bosch, in het najaar. Johan: “We zoeken bewust wat vaker de grenzen op, juist omdat we er voor iedereen willen zijn, op een laagdrempelige manier.”

Hoé laagdrempelig bewijst hij even later, als we van het terras van Bar Herberg naar de Nieuwe Kerk zijn gewandeld, om een paar foto’s te maken. Als ik informeer of het klopt dat er ergens in de kerk een geheime gang is te vinden schudt Johan ontkennend zijn hoofd. “Maar je kunt hierboven wel door de goot tussen de twee daken lopen. Wil je die even zien? Tien minuten later lopen we er inderdaad, in de stromende regen, en klauteren we met behulp van een houten trappetje naar de oude zolder van de kerk, met een fenomenaal uitzicht op de kerkvloer. Johan begrijpt dat ik dol ben op zulke inkijkjes. Dan doet hij dus niet moeilijk, dan faciliteert hij het.

Da’s toch precies het soort gastvrijheid dat nodig is, om een nieuw publiek aan te spreken?

Gerelateerd:

wijzijndestad.com/verhalen/een-klein-avontuur-op-het-dak-van-de-nieuwe-kerk-in-middelburg/


Delen op