Geplaatst op 13 januari 2020

Zij zijn De Stad: Margaretha Christina de Jong

Zoals aangekondigd nogmaals Margaretha Christina de Jong, in de serie ‘Zij zijn De Stad’. Vanaf morgen ook te lezen in de Middelburgse & Veerse Bode.
 
”Het is gewoon een vorm van topsport!” Margreeth de Jong (1961) overdrijft beslist niet, als ze haar werk als (stads-) organist en componist vergelijkt met dat van sporters op het hoogste niveau. Kort daarvoor heeft ze me tekst en uitleg gegeven bij de werking van het schitterende Van Leeuwen-orgel, in de Nieuwe Kerk in Middelburg, dat ze al jaren bespeelt.
 
Ik ben al diep onder de indruk als ik zie en hoor hoe goed ze het enorme instrument, met al die toetsen en registers, in de vingers en voeten heeft, maar als ze daarna de techniek áchter het orgel laat zien sla ik pas echt steil achterover. Het instrument is enorm. Enorm complex ook. Als ik Margreeth licht stamelend vraag hoe ze dat alles in vredesnaam ooit onder de knie heeft gekregen, lacht ze. “Ik heb er lang voor gestudeerd hè? En dat gaat je hele leven door. Het is gewoon kei- en keihard werken. Vandaar mijn vergelijking.”
 
Margreeth (haar volledige naam Margaretha Christina gebruikt ze vooral als componist en organist) is geen Middelburgse. Ze kwam pas in 1993 naar de Zeeuwse hoofdstad. Een jaar eerder nodigde de musicoloog en organist Albert Clement haar uit om eens een concert te komen geven in de Oostkerk in Middelburg. Dat concert was de basis van hun huwelijk. Margreeth: “de toenmalige koster zei tegen Albert: “nou, dat is een leuke meid! Misschien hebben we over een jaar wel een trouwerij.” Hij kreeg gelijk. Een jaar later trouwden de twee.
 
Omdat ik nu eenmaal graag onbevangen gesprekken aanga, bekeek ik het CV van Margreeth pas ná onze ontmoeting. Pas toen werd de omvang en impact van haar werk me goed duidelijk. In 1994 werd zij vanwege haar verdiensten voor de Franse orgelcultuur door de Société Académique “Arts – Sciences – Lettres” te Parijs met de zilveren medaille onderscheiden. In 2012 werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 2014 werd ze benoemd tot stadsorganist. Ze schreef en publiceerde talloze composities voor een wereldwijd publiek, gaf cd’s uit en ze had vele nevenfuncties. Werkelijk alles in het leven van Margreeth draait om muziek.
 
Of toch niet? Met Albert kreeg ze ook drie kinderen, twee dochters en een zoon. Er was dus ook volop ruimte voor een gezinsleven. Maar vergis je niet: ook binnen het gezin als geheel speelt muziek een belangrijke rol. Ook de kinderen studeren muziekwetenschap, componeren en musiceren. Huize Clement/de Jong staat letterlijk bol van de muziek. Margreeth: “niemand is er toe gedwongen hoor, bij ons is de liefde voor muziek gewoon heel groot. Ik realiseer me altijd hoe bevoorrecht ik ben. Om met muziek bezig te kunnen zijn is iets heel positiefs. Voor ons althans wel. Je hebt echt het gevoel dat je iets wezenlijks bijdraagt, als mensen jouw muziek kunnen beluisteren. Ik denk dat de kinderen dat gevoel hebben overgenomen.”
 
In het grote huis aan de Middelburgse Singelstraat hebben alle gezinsleden hun eigen vertrek om te kunnen studeren. Margreeth zelf mag zich graag terugtrekken in dat wat ze liefkozend ‘het tuinhuisje’ noemt. In die ruimte, achterin de de tuin, schrijft ze bijna al haar composities en repeteert ze voor concerten die ze nog gaat geven. “Ik werk bijna altijd thuis. Hier heb ik rust en harmonie. Dat vind ik héél belangrijk. Hier heb ik geen prikkels van buitenaf, heerlijk!”
 
Maar zo vaak als Margreeth in haar tuinhuisje zit, zo vaak is ze ook buitenshuis. Ze wil graag laten zien dat orgelmuziek niet altijd zwaar op de hand of hoogdrempelig hoeft te zijn, dat je ook leuke orgelmuziek kunt maken en spelen. Dát is haar missie. Om die reden organiseert ze veel concerten (met de Commissie Orgelconcerten Middelburg zomerconcerten sinds 1993) en speelt ze zelf ook vaak, waarbij ze graag improviseert. Er is altijd overleg met de predikant, maar op voorhand weet Margreeth maar zelden waar de dienst over zal gaan. Ze heeft dus een flinke hand in ‘de toon van een dienst’.
 
Dat ze een goed gevoel heeft voor het soort muziek dat mensen kunnen waarderen bewijst ze als ik naast haar ga zitten, in het imposante orgel, dat een paar meter boven de vloer van de Nieuwe Kerk hangt. “Ik speel nu een eigen compositie, Capriccio in Jazz. Daarmee hoor je het orgel op een andere manier. Ik speel het best vaak, soms ook om kinderen rustig te krijgen en hun aandacht te vangen.”
 
Als ze begint te spelen voel ik meteen wat ze bedoelt. Ik tik mee met mijn voeten en krijg opeens extra energie. Dat ervaar ik niet zo vaak, als ik in de kerk ben. Een dag later zit het melodietje nóg in mijn hoofd en zoek ik het, met succes, op internet. Bis, bis! Ik lees dan dat een Capriccio ‘een muziekstuk is dat meestal vrij is in vorm en een levendig karakter heeft’. Nou, wat het ook is: de missie van Margreeth is geslaagd. Ze heeft een leek enthousiast gemaakt voor orgelmuziek, een punkliefhebber nota bene!
 
Gerelateerd:
 

Delen op