Geplaatst op 04 november 2019

Zij zijn De Stad: Marie-José Roels

In de serie ‘Zij zijn De Stad’ deze week hier en in de Middelburgse & Veerse BodeMarie-jose Roels, van In Den Oliebol. Maar dat is toch helemaal geen Middelburgse? Klopt, maar toch ook weer wel…

Ze is eigenlijk helemaal geen Middelburgse. Marie-José Roels (1971) is geboren en getogen in Bergen op Zoom en ze woont daar nog steeds. Toch zijn er genoeg redenen om haar te beschouwen als een echte stadgenoot. Al sinds haar twaalfde staat ze in de oliebollenkraam die haar vader Toon in 1979 begon in Middelburg. Omdat die kraam, ‘In den Oliebol’ genaamd, dik twee maanden per jaar op Plein 1940 staat, voelt de Zeeuwse hoofdstad voor haar als een tweede thuis. “Middelburg is ook mijn stad. Ik mag dan een echte Brabantse zijn; als je het uitrekent breng ik hier meer tijd door dan in Bergen. In de zomermaanden reis ik namelijk altijd mee met kermissen door heel Nederland. Dan ben ik niet of nauwelijks thuis.”

Marie-José voelt zich ook echt verbonden met de stad. Dat zie je al als ze de oliebollenwagen op z’n plek aan het zetten is, traditiegetrouw op de dag dat in Middelburg de Nacht van de Nacht wordt gevierd. Ze staat dan de hele dag handen te schudden met oude bekenden en ze zwaait naar iedereen. De terugkeer van ‘In den Oliebol’ blijft nooit onopgemerkt. De standplaats, pal tegenover café-restaurant Vriendschap, is nu eenmaal een mooi, centraal plekje. Dat is niet altijd zo geweest. De kraam heeft op veel verschillende plaatsen in de binnenstad gestaan. In de beginjaren op de hoek van de Lange en de Korte Geere, later op de Pottenbakkerssingel, naast de toenmalige supermarkt Trefcenter. In 1991 verhuisde de familie Roels naar de Pottenmarkt en weer later naar Plein 1940.

Marie-José herinnert zich alle plekjes nog even goed. Met een glimlach vertelt ze hoe de familie al snel bevriend raakte met de uitbaters van café De Geere en hoe goed de contacten met andere ondernemers altijd zijn geweest. Zij kent de Middelburgers, en de Middelburgers kennen haar. “Die zoon van de mensen van Radio ’t Westen van vroeger, die werkt nu toch om de hoek daar?” Alleen al door dat soort vragen wekt Marie-José de indruk een plaatsgenoot te zijn.

En de kans is groot dat ze dat nog lang zal blijven ook. Ze moet de vergunning voor de kraam weliswaar ieder jaar opnieuw aanvragen bij de Gemeente Middelburg, maar ook voor de Gemeente is de familie Roels niet meer weg te denken. Om dat te onderstrepen kwam wethouder Johan Aalberts vorige week persoonlijk een mooie bos bloemen overhandigen, ter ere van het veertigjarig jubileum. Voor de gelegenheid had Marie-José vader Toon gevraagd om ook naar Middelburg te komen.

“Dat vond ik belangrijk ja. Dat ik de kraam na al die jaren nog kan draaien heb ik aan mijn ouders te danken. Zij zijn de grondleggers van het bedrijf. Dat ik er al zo jong inrolde was een soort samenloop van omstandigheden. Ik zat op een internaat voor binnenvaart-, circus- en kermiskinderen en was thuis niet een van de makkelijkste. Mijn moeder werd soms gek van me. Mijn vader besloot me daarom maar mee te nemen, al stond hij er wel op dat ik de middelbare school zou afmaken.”

Marie-José had het nog mooier gevonden als haar dochter er ook bij had kunnen zijn, want zoals zij zelf ooit in de voetsporen van haar vader trad, zo treedt Antonnet nu in de hare. “Dat is toch prachtig, drie generaties in hetzelfde bedrijf? Antonnet is nog maar achttien maar ze begint nu echt lol te krijgen in het werk. Een dag per week draait ze de kraam zelfstandig en dat doet ze prima. Dát ze er donderdag niet bij kon zijn had ook te maken met werk. Ze stond die dag met churros op een beurs en ze had het keidruk!”

Als Marie-José praat over het bedrijf en de familie straalt ze vrolijkheid uit, en trots, maar ze is er de persoon niet naar om de boel te romantiseren. “Het is ook gewoon hard werken hoor. Je bent de hele dag in touw en fysiek is het soms ook heel pittig. Daarnaast moet je dan ook nog je inkoop doen, je administratie en vergeet ook vooral het huishouden niet. Daarom zeg ik eerlijk: ik hoop het nog jaren met plezier te doen, maar het zou ook mooi zijn als ik, net als mijn pa voorheen, het werk op de langere termijn een klein beetje af kan bouwen, en over kan dragen aan Antonnet. Maar daar moeten we het dan wel over eens zijn natuurlijk, dat is nu nog toekomstmuziek.”

De tijd zal het leren inderdaad, maar het lijkt erop dat deze Bergenaren nog vele winters terug zullen keren naar Middelburg. Gelukkig maar!


Delen op