Geplaatst op 15 juli 2019

Zij zijn De Stad: Toos van Linden

In de serie ‘Zij zijn De Stad’ deze week hier en in de Middelburgse & Veerse Bode: Toos Van Linden. Ze is een Brabantse die haar afkomst nooit zal verloochenen maar toch op en top de stad. Ze zorgde zelfs al een beetje voor ons toen we nog maar net van de lagere school kwamen, in de tijd van Disco Double D.

“Je zet ‘m wel soepel aan de kant.” “Dat mag wel ook na 24 jaar!” Het is het soort humor dat Toos van Linden (1954) typeert. Ergens in de jaren 90 krijgt de politie een anonieme tip dat Toos al jaren rondrijdt in een auto, zonder in bezit te zijn van een rijbewijs. Als ze op de snelweg aan de kant wordt gezet krijgt ze van de dienstdoende agent een compliment voor haar stuurkunsten, waarop zij zich met een lach laat ontvallen hoeveel rijervaring ze dan al heeft. Ze komt er vanaf met een boete van driehonderd gulden en rijdt daarna nooit meer, maar de anekdote duikt steevast op, als er in het café sterke verhalen worden verteld.

Ik ken Toos al sinds de vroege jaren 80. In het ontmoetingscentrum van de Middelburgse wijk Dauwendaele worden dan maandelijks jeugddisco’s georganiseerd, onder de naam Disco Double D. Toos is als lid van de wijkvereniging nauw betrokken bij de organisatie en is een van de volwassenen die toezicht houdt op de vele jongeren die op de feestjes afkomen. Door zich amicaal in plaats van autoritair op te stellen onderscheidt ze zich van de andere aanwezige volwassenen. De jeugd is dol op haar.

In de periode 1985-2000 zie ik Toos nauwelijks, maar sinds 2000 weer bijna wekelijks. Ze woont ook in het centrum van Middelburg, ze werkte zeker twaalf jaar op de weekmarkt en ze houdt van het kroegleven. Pas nu ik haar eens écht ondervraag over haar leven begrijp ik dat dat geen toeval is.

Toos is geboren in Bergen op Zoom maar groeit, samen met haar broertje, op in het dorp Putte, op de grens met België. Ze heeft een prettige maar ook een onstuimige jeugd. Ze is rebels. Al na twee jaar besluit ze te stoppen met de huishoudschool, om te gaan werken. “Die school zat in het Belgische deel van het dorp en werd geleid door nonnen. Die vond ik veel te streng. Alles wat ik daar niet mocht heb ik daarom zeker ingehaald, later.” Ze grijnst weer.

Met dat inhalen begon ze inderdaad meteen. Al op haar veertiende heeft ze haar eerste vriendje, rookt ze haar eerste Belga’s en gaat ze aan de slag bij een sokkenfabrikant. Bij haar ouders heeft ze het goed, maar er verandert wel iets als Toos op negenjarige leeftijd samen met haar vader een brommerongeluk krijgt: “Ik zat achterop en had zelf alleen een hersenschudding, maar pa had blijvend letsel en kon niet langer werken. Daardoor kwam het meeste op mijn moeder neer. Die heeft altijd keihard moeten werken om het gezin draaiende te houden.”

Toos werkt zelf ook hard, in die periode. Ze werkt onder meer voor V&D en in een verzorgingstehuis. Maar als ze op haar negentiende Ben ontmoet verandert er veel en snel. Hij is stuurman in de binnenvaart. Als ze in 1973 met hem trouwt gaat Toos mee aan boord. Pas drie jaar later komt ze weer aan wal, na de geboorte van haar tweede zoon. Weer drie jaar later verhuist het gezin naar Middelburg. Daar strandt het huwelijk in 1981. Toos: “het was een goede vent hoor, maar ik was niet de enige vrouw in zijn leven. Het ging gewoon niet meer. Maar we bleven goed met elkaar omgaan. We zaten nog samen in de wijkvereniging en ik bleef gewoon huishoudelijke dingen voor hem doen. Ik deed zelfs zijn was nog toen hij al een nieuwe vriendin had.”

Als Toos dat vertelt weet ik meteen dat ze niet overdrijft. Het is algemeen bekend dat ze zorgzaam is, en vergevingsgezind. Ze staat altijd voor iedereen klaar, zelfs voor mensen die haar pijn hebben gedaan. Wat overigens niet betekent dat Toos dan ook nooit iets onaardigs zal zeggen over die personen. Want een blad voor de mond nemen? Daar doet Toos niet aan.

Na de scheiding van Ben werkt ze overal en nergens, maar vooral in Vlissingen. Bij videotheek The Pink Panther bijvoorbeeld, en in verschillende cafés. Ze krijgt een nieuwe relatie, maar ook die loopt na zeven jaar stuk. Ze heeft er dan wel even genoeg van en woont een langere periode alleen met haar twee zoons, Maikel en Dennie. Als die allebei het huis uit zijn ontmoet ze Leon, in 2000. Dat is een keerpunt. Door hem vindt ze haar draai weer in Middelburg.

Leon werkt in de vishandel van Cor Bosman en regelt er ook een baantje voor Toos. Er volgt een periode met relatief veel rust. Ze gaan samenwonen, ze werken hard maar ze genieten ook van het leven. 

Negentien jaar later doet Toos dat nog steeds, al is er ondertussen wel veel veranderd. Met Leon is ze nog altijd goed bevriend, maar de relatie is over. Werken voor een baas zit er ook niet meer in, omdat ze te veel last heeft van SLE, een auto-immuunaandoening die maakt dat ze overgevoelig is voor zonlicht.

Maar Toos zelf is niét veranderd. Ze gaat nog altijd graag naar het café en ze staat nog steeds klaar voor iedereen. Al negen jaar lang rijdt ze iedere week naar Putte om voor haar vader te zorgen, met het openbaar vervoer uiteraard. Ze koopt of kookt lekkere dingen voor iedereen die het maar wil en ja, soms ook nog voor haar ex. “Ik maak toch altijd te veel.”

Als ik haar vraag of dat zorgzame dan misschien de rode draad is in haar leven glimlacht Toos. “Misschien wel ja. Maar eigenlijk is het niet te doen om m’n leven op die manier samen te vatten. Ik heb veel meegemaakt maar zie toch altijd om met een goed gevoel. Hou het er maar op dat ik een kanjer ben in het verleggen van grenzen.”

Doe ik, al laat ik die grenzen even achterwege. Ze is gewoon een kanjer.

Gerelateerd:

wijzijndestad.com/tag/zij-zijn-de-stad/


Delen op

Met elkaar houden we de stad open.
#bewustmiddelburg

Bekijk snel alle maatregelen voor de binnenstad van Middelburg. Met elkaar houden we de stad open.
Alle informatie is te vinden op deze pagina.

Bewust Middelburg